De chirurgijnspraktijk




Instrumenten voor het afzetten van ledematen


Bij een bezoek aan de arts, komt het vandaag de dag nog regelmatig voor dat alles tegen zit. Een tegenvallende diagnose, hoge kosten voor de medicijnen, naar het ziekenhuis, en dan nog meer trammelant en geëtter. In een enkel geval amputeert men dan tot overmaat van ramp het verkeerde lichaamsdeel. Zo ging dit vroeger ook, maar men was uiterst bekwaam in 'ruige' ingrepen. De chirurgijnspraktijk bestond uit een winkel waar de clienten ontvangen en behandeld werden. Deze winkels waren evenals die van de apothekers vaak opvallend versierd met opgezette dieren, anatomische preparaten in glazen potten, doodshoofden en geraamten. Bekend en zeer frequent toegepast was de aderlating, een middel dat tegen vrijwel elke kwaal werd ingezet. Belangrijke taken waren verder de verzorging van wonden, gezwellen en zweren met natte lappen, pleisters en pappen en het geven van spoelingen of klysma's. Het aanleggen van een fontanel (het opwekken van zweren), cauterisatie (het dichtbranden van aderen) en trepanatie (het openboren van de schedel) vond minder frequent plaats. Ook hanteerde de heelmeester soms wel heelkundige instrumenten voor het afzetten van ledematen of het verwijderen van een kaakgezwel.

De behandeling bij de chirurgijn

Hoewel de chirurgijn regelmatig kwalen behandelde, vormde het knippen en scheren een belangrijk deel van het inkomen. Ook op andere manieren vijzelde men het inkomen op zoals het combineren van een herberg en de handel in geneesmiddelen en medicijnen, dit tot grote ergenis van de apotheker die alleen de medicijnen mocht maken. In Stavoren was Mr. Cornelis Heinsius aangesteld tot stadschirurgijn dat hem het vaste jaarinkomen van 50 florijnen opleverde. Hij huurde de stadsherberg in 1694 samen met de plaatselijke herbergier en Mr. Tiberius Tempelaar, een chirurgijn uit Molkwerum, voor maar liefst 140 florijnen. Echt gruwelijk was het onderzoek dat heelkundigen wel verrichtten op levende dieren. Zo verwijderde Frederik Ruys bij een aantal honden de milt en waagde Jan Swammerdam zich aan de afschuwelijkste proeven met levende dieren. Nicolaas Tulp gebruikte hier liever dode mensen voor zoals Rembrandt van Rijn heeft afgebeeld. Gelukkig verdoofde de chirurgijn zijn clienten meestal met een of meerdere flessen sterke drank. Een enkeling publiceerde een geneeskundig artikel. Zo liet de auteur van 'De kwijnende Venus' voor de behandeling weten speciale tinctuur bereid te hebben, waarmee hij opzienbarende resultaten boekte. Hij liet echter weten de samenstelling hiervan geheim te houden, want het zou mogelijk 'meer kwaads als goeds te weeg konnen brengen'.

De ingrediënten voor medicijnen levert men aan de apotheker

Het 'aderlaten' getoond door Mr. Cornelis Heinsius

De heelmeester was van oudsher in staat om zelf zijn instrumenten te maken door uit ruwe ijzers een aantal lancetten te slijpen. Ook diende hij in de praktijk het 'aderlaten' onder de knie te hebben. Zijn kennis strekte zich uit over allerlei aspecten van de heelkunde zoals de anatomie, de oorzaken van ziekten en de leer der lichaamsvochten, therapie en instrumenten. De universiteit van Franeker heeft boven de senaatskamer een ontleedkamer met twaalf geraamten en een uitgespannen mensenhuid. In de chirurgijnswinkel werden zweren, gezwellen, fracturen en dergelijke behandeld met een steeds hoger prijskaartje. Het dure bezoek aan de chirurgijn liep helaas niet altijd goed af.  Veel clienten bezweken na de behandeling door de chirurgijn toch nog aan hun ziekte. Dan kwamen daar nog eens bij de kosten voor de uitvaart en de begrafeniskosten.

Trepanatie in de schedel om hoofdpijnen te bestrijden

Het examenreglement van de meesterproef van het chirurgijnsgilde

PROEFF OFTE ONDERSOECKENGE VAN DE CHYRURGIJNS.

I. Eerstelyck sullen alle personen, genegen zijnde in de Const der Chyrurgie te practiseeren, ende tot die Meesters geadmitteert te worden gehouden wesen te betonen, dat sij van goede ouders, lewen, handel ende wandel zijn, ende drye jaaren by de voorn. Const geweest hebben, eer men haare tot het praeparatorium examen sal toelaten.

II. Den proeff doender sal gehouden wesen een Cauterium potentiale te maacken, omme daar mede een fontenel ofte openinge te doen, waar op Hij alsdan ge-examineert sal worden: sal oock uyt rouwe ysers een snijmes met twee lancetten op behoorlycke punt en sneed moeten slijpen, en daarmede een bequame aderlatinge doen.

III. Niemant sal tot het publicum Examen geadmitteert worden, voor ende alle dat Hij het praeparatorium sal hebben voldoen; en sal alsdan op nieu de helft van de kosten wederom moeten draagen, te weten synde Car.gls. 4 stuck xx sts.

IV. Den proeff doender sal niet meer dan vyer Uyren op een dagh mogen laboreeren ten huyse van de Preses des Gilds, ofte op soodanige plaats als hij sal worden geordineert; sal oock sijn cauterium potentiale met de instrumenten daar op gesloten in handen van de Gilds preses laeten verblijven.

V. Yemant de Proeff doende, sal ondertusschen den Examinateurs met goedt eeten ende drinken moeten versorgen, tot dat hij het Examen praeparatorium gedaen heeft. Etc., etc.


MANUELE OPERATIËN DER CHIRURGIE (SOLINGEN)

EERSTE DEEL

I. Van de Fontanel op de Sutura Coronalis. pag. 1.
II. Om de inbuygingh der Herssenpan sonder scheur of breuck, besonderlijk in Kinderen, te herstellen. pag. 4.
III. Maniere van Opereren, als de voorige methodens in 't nedergedruckte Been niet bastant, en te vergeefs in 't werck gestelt zijn; met eenen van de kruyswyse of driehoeckige Snede. pag. 5.
IV. Van de inbuyginge des Beckeneels, met scheure, soo penetrerende als niet doorgaende, ende breucke van 't been des Hoofds. pag. 15.
V. Manier, hoe t'opereren als het been gekneust, ende gebriselt is, alleen tot de tweede Tafel. pag. 21.
VI. Van de plaets waer de Trepaen te moeten, of niet te mogen stellen, en redenen waerom die geadministreert word. pag. 22.
VII. Van de grootheyd en getal van openingen, in 't been te maken van 't Cranium. pag. 28.
VIII. Van de manier van Trepaneren, ende eerst van d'Instrumenten daer toe behoorende. pag 29.
IX. Van de Seton in de Neck. pag. 35.
X. Van de t'samenheeling, of t'samengroeing der Oogleden. pag. 36.
XI. Van de Wratten der Oogleden. pag. 41.
XII. Van het Hordeolum of praeputiolum, een kleyn geswelletje als een gerste koorn uyt te nemen. pag. 42.
XIII. Van de Chalasion, Grando, of vettigheyd der Oogscheelen. pag. 43.
XIV. Van de Trichiasis, oculorum a pilis offensio, of hairen d'Oogen stekende, op duyts gesegt. pag. 43.
XV. Van de Phalangosis, of der Oogscheelens relaxatie; maer voornamentlijck van 't bovenste. pag 45.
XVI. Van de Lagopthalmo, oculo leporino, gesegt Hasenoog. pag. 46.
XVII. De Ectropio, seu inferioris palpebrae eversione curva ac reflexa; dat is, van het intrecken des ondersten Oogscheels. pag. 47.
XVIII. De Colobomate seu Mutilatione, in 't duyts, verrotte Oogschelen. pag. 48.
XIX. De Pladarotiis, Sarcoji, latine moro, uytwassing van een sluckje Vlees, in 't duyts genaemt. pag. 48.
XX. De Litiasi sive lapide Palpebrae, Poriasi aut topho, AEtiasi, zijnde Graveelsteentjens, of hardighedentjens, gelijck knurfjens der Oogschelen. pag. 59.
XXI. Pterugio seu Ungula deponenda, of operatien van den Nagel der Oogen. pag. 49.
XXII. Van de Αγλιη, Albicante Cicatrice: of witte vlacke als een lidteeken. pag. 51.
XXIII. Van de Pyosis ophthalmou, sive sanie post corneam, dat is etter agter 't Hoornvlies. pag. 52.
XXIV. Staphyloma ceu tunica Uveae procidentia, of nedersincken van de Membrana Uvea pag. 52.
XXV. De Hypopyo, oculo purulento, seu sanie aut humore inter Corneam intrinsecus, aut extrinsecus concreto, ofte Etteroog. pag. 53.
XXVI. Cataractae depositione dat 's demaniere om Schillen van d'Oogen te ligten, genaemt Drameren. pag. 54.
XXVII. Van de Anchylops. pag. 59.
XXVIII. Van de AEgylops, of Fislula lachrymalis gesegt Lady male Fijlul. pag 59-
XXIX. Van de Encanthis of uytwassinge des Vlees, in den grooten hoek der Oogen. pag. 61.
XXX. Van de Ecpiesmus, proptosis prolapsus sive exitus oculi & oculi tumore cancroso, nee non fungo ceu excrescentia cornea, dat is van het uytwijeken der Oogen, Cancreus geswel, en Cancreuse uytwassing. pag. 62.
XXXI. Agnatae Eminentia: dat is uytpuyling van 't wit der Oogen. pag. 64.
XXXII. De Strabismo seu oculi distortione: dat is van de scheelheyd. pag. 65.
XXXIII. Om de Vreemde dingen , die tegen nature en wil in d'Oogen gevallen zijn , uyt te halen ende te trecken. pag'6?'
XXXIV. De Hydrocephalo, ofte Warerhooft. pag. 66.
XXXV. Van de Hasemonden. pag. 67.
XXXVI. Van de Kancker der Lippen t'exstirperen, of uyt te snyden. pag. 75.
XXXVII. Van de Chirurgien der Tanden, en voor eerst van haer afwijcken te procureren; dat is de geslotene Mond t'openen door de klem. pag. 76.
XXXVIII. Hoe men die gene spysen sal, die de klem soodanigh in de Mond hebben, dat die niet geopent kan werden. pag. 77.
XXXIX. Om de kalck, of Oester schulps gewyse korst van de Tanden te doen, en de Tanden wyders schoon te maken. pag. 78.
XL. Van de holle bedurvene Tanden te branden, met goud, silver of lood te vullen; midsgaders van de losse Tanden, ende die met geswolle Tandvlees omset, en daerenboven stinkend, swart en los zijn. pag. 78.
XLI. Operatie der Tanden, die binnen of buytenwaers uytsteken. pag. 80.
XLII. Van de Tanden uyt te trecken, en in te setten. p. 81.
XLIII. Van het gat des verhemelts te stoppen, en het cauteriseren van 't Palatum. pag. 86.
XLIV. Van de Parulis en Epulis; en hoe men een geswel uyt het Verhemelte des Monds snyden sal; midsgaders van het nedersinken des Verhemels. pag. 87
XLV. Van de Tong te suyveren en den Tongriem wel te snyden; ende 't openen van de Ranula of Kickvors geswel. pag. 8$
XLVI. Vande nedersacking, of relaxatie van de Uvula, gesegt den Huygh. pag. 91
XLVII. Van't exstirperen van d'Uvula. pag. 92.
XLVIII. Van Graten, en andre vreemde dingen uyt de Keel te halen, &c. pag. 94.
XLIX. Van 't ondoorboorde Oir, brandingh en snydingh des selvigen Slagaders, om de Tandpijn te verdryven. pag. 9 6
L. Om de vreemde dingen uyt het Oir te halen, met eenen van de manier hoe de kankeragtige Vijgh uytgenomen dient te werden; midsgaders een nieuwe manier om d'Oirens Lellen te doorboren. pag. 97
LI. Operatie van de Polypus, en tacken der Neusgaten. pag. 100.
LII. Van een Neus door een mes, soo in de huyd als been gegrieft. pag. 102.
LIII. Van d'Ozena, endede manier hoe men die Neusgaten door een cicatrice gestopt, openen zal. pag. 104.
LIV. Van de Bronchocele, en Strumae ofte Kropsweeren. pag. 105.
LV. Hoe men die gene helpen zal, die den Hals gedraeyd, en na d'een of d'andre Schouder getrocken blyven houden. pag. 107
LVI. De Laryngotomia, en Watersugt van de Keel. p. 109

TWEEDE DEEL.

I. Van de Paracenthesis in de Borst. pag. 115.
II. Van de Borsten der Mannen, te groot en enorm wassende; midsgaders van de kleyne Vrouwe Tepels, &c. pag. 124.
III. Van de Fistul in de Borst. pag.125.
IV. Van het afsetten der Vrouwen Borsten. pag. 133.

DERDE DEEL.

I. Van de Paracenthesis in den Buyck te institueren. pag. 137.
II. De Umbilici prominentia , of uytpuylinge des Navels. pag. 143
III. Vande Abcessen, ende Fistulen des Buycx. pag. 148
IV. Van het gebersten Buyckvlies Peritonaeum, soo in de Mans als in de Vrouwen. pag. 149
V. Van het Net te binden , het selvige in te brengen , de dicke gewonde Darmen en wonden des Buycks t'samen te naeyen, en als noodigh is, de wonde te verwyderen. pag. 152.
VI. Van een Naeld uyt den Bil te snyden, en uyt te halen. pag. 158.
VII. Van het ophouden des Waters of Pis. pag. 159
VIII. Van de geslotene Waterwegh in de eerste conformatie alsoo gemaeckt. pag. 172
IX. Van de gedeckte Glans of hoofje te ondecken, en van de Sarcoma van de voorhuyd, Praeputium af te snyden. pag. 173.
X. Van de Lithotomia, of het Steensnyden. pag. 175-
XI. Hoe den Steen hebbenden Patient tot het snyden sal geplaetst werden. pag. 182
XII. Manier om op den Itinerarium,of staf te snyden. p.182.
XIII. De derde manier van Petrus Francus, capittel 33. pag. 186.
XIV. Vierde Methode. pag. 188
XV. Wat te doen staet als de Steen uytgetrocken is. pag. 190
XVI. Hoe men de Vrouwen de Steen afhalen sal. pag. 192
XVII. Van de Steenen door dilateren sonder snyden af te halen. pag. 194.
XVIII. Om de kleyne steenen in Mannen af te halen sonder snyden. pag. 195.
XIX. Van de Steen die gereeds in de Waterweg gedrongen is, af te halen. pag. 196.
XX. Om de grootste soorten van steenen in beyde de Sexen door een besondre manier af te halen. pag. 167.
XXI. Van 't snyden der scheuringen, te weten daer den Darm in 't sackje gesoncken is, een methode die Quacksalvers manier genaemd werd. pag. 200.
XXII. Een ander manier, om sonder uytnemen of verliesen van een Kloot de Breuck te snyden. pag. 204.
XXIII. Van de Hernia Carnosa, of Vleesbreuk. pag. 207.
XXIV. Van de Waterbreuck Hernia aquosa. pag. 208
XXV. Van de onthoudingh der excrementen in de Darmen, die in 't Scrotum gesoncken zijn. pag. 210.
XXVI. Van d' Enteroepiplocele, of Darm en Netbreuck. pag. 211.
XXVII. De Hermaphroditis ανδρογηνος, genaemt, dat is, van die Man en Wijf t'samen zijn, gesegt werden. pag. 121
XXVIII. Van eenigh bultigh geswel uyt de Scheedete snyden. pag. 212.
XXIX. Om een Absces diep in de Scheede te openen. pag. 213.
XXX. Van een uytwassing van Vlees, digt by 't Os Uteri, uyt te snyden. pag. 213.
XXXI. De Hymene inperforato, qua nuncupantur ατρητι, de Vulvae nec non cervicis uteri ipsius clausae operatione: dat is onboorde Membrana Hymen (de welcke die sulcx hebben ατρητι genaemt werden) en van de geslotene Schede, als hals van de Lijfmoeder te openen. pag. 214.
XXXII. De Nymphotomia Pterygomatis id est alis seu Cristis galli: dat is, om de Nymphen Pterygomata, of Hanekammen van de Vrouwelijkheyd t'extirperen. pag. 217.
XXXIII. Van 't uytsacken of omkeeringe van de Scheede, en d'extirpaitie van de Lijfmoeder. pag. 218.
XXXIV. Van het Aersgat in de eerste conformatie gesloten, te openen. pag. 219.
XXXV. Van 't uytsacken van den Aersdarm. pag. 220.
XXXVI. Om een aenwassing van vlees aen den Aers, Mariscus of Crestae genaemt, wegh te nemen. pag. 221.
XXXVII. Van de Sweeren des Aersdarms. pag. 222.
XXXVIII. Van de Fistulen des Aersdarms. pag. 223.
XXXIX. Van de Tacken, Spenen, of Aenbeyen die versworen zijn. pag. 224.
XL. Van de niet vloeyende Spenen, soo uyt als inwendigh. pag. 225.
XLI. Van de Tacken die te veel vloeien. pag. 225.
XLII. De Operatione Caesarea, of van de Keyserlijke Snede. pag. 226.
XLIII. De Sectione Caesarea in Vivis, of Keyserlijcke Snede in levendige. pag. 233.

VIERDE DEEL.

I. Van de Fontanellen. pag. 237.
II. Van de Exstirpatie, voor eerst wat men voor des selfs adminislratie te versorgen heeft pag. 240.
III. Van de t'samengegroeide Vingeren uyt d'eerste conformatie, ofte door qualijck getracteerde sweer of verbrantheyd. pag. 269.
IV. Van de Vingers die door verbrantheyd agter overstaen gebogen, te herstellen, ofte een contrarie bogt te doen hebben. pag. 270.
V. Van de kromme Vingeren uyt ulceratie overgebleven, of door een quade cicatrice; oock van een krommen Arm of Knie te redresseren. pag. 271.
VI. Van de styve Ledematen, Varis ac Valgis, dat zijn scheve of kromme Beenen. pag. 271.
VII. Van de Nagelen te snyden of te poetsen, en der selver ongelijk en scharpigheyd te effenen, en van 't uytsnyden der Nagelen, die te diep in de huyd en vlees, somtijds met sweeren, of uytwaslingh van vlees gewassen zijn. pag. 272.
VIII. De Pterygio, Panaricio, Paronijchia seu Reduvia, ofte de Vijt. pag. 275-
IX. De Varicibus, dat is in't gemeen van de geberstene Aderen, beter geseyt verwyderde. pag. 277.
X. Van het branden der Ledematen. pag. 279.
XI. Van 't openen der Abscessen. pag. 281.
XII. Van de maniere om de Wonden te hegten. pag. 291.
XIII. Van 't hegten der Pesen. pag. 295.
XIV. Van de Geswellen in een blaesje besloten, uyt te pellen en uyt te ligten. pag. 206.
XV. Manieren om Kogelen uyt te trecken. pag. 299.
XVI. Van de Chirurgie die toe d'Ulceratien behoort. pag. 304.
XVII. Van de Chirurgien die in de Beenen geschieden; voor eerst van de Beenbreucken. pag. 306.
XVIII. Van de Fracturen welke geen separatie van 't Been verwagt werd. pag. 316.
XIX. Van de Fracturen in welcke 't Been sal separeeren. pag. 317.
XX. Van de Fracture, met uytstekingh van Been door de Huyd, &c. pag. 318.
XXI. Van seer bedenckelijcke ende dangereuse Fracturen. pag. 319.
XXII. Van de Fracturen van besondere Deelen; voor eerst van die van de Neus. pag. 321.
XXIII. Van de Beenbreuck van 't onderste Kakebeen. pag. 322.
XXIV: Van de Fracture van 't Sleutelbeen. pag. 323.
XXV. Van de Fracture van 't Schouderblad. pag. 324.
XXVI. Van de Fracture van het Borst-been. pag. 324.
XXVII. Van de Fracture van de Knieschijf. pag. 325.
XXVIII. Van de qualijck geformeerde Fracturen, daer de kromte is, of uyt of inwaers, als de Valgi extrorsum, vari è contra introrsum. pag. 326.
XXIX. Van het Aderlaten op den Arm, en wat men voor desselfs administratie te versorgen heeft, ende hoe hetselvige ordentelijck geschieden moet. pag. 327.
XXX. Van de Arteriotomia, of Latinge der Slagaderen. pag. 363.
XXXI. De Luxatis, of van d'ontledingen. pag. 365.
XXXII. Van de Caries ossis, ofte bedervinge des Beens. pag. 366.
XXXIII. Om't Bloeden te stelpen. pag. 368.
XXXIV. Om de gequetste watervoerende Vaten Vasa Lymphatica te stoppen. pag. 374.